Bouwsector blijft interessant voor zzp’ers

Bouwsector blijft interessant voor zzp’ers

bouwsector

Na een verrassend hoge groei van het bruto binnenlands product (bbp) in 2016, is de verwachting dat de binnenlandse bestedingen ook in 2017 en 2018 onze Nederlandse economie krachtig zullen doen aangroeien. Dat schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) onder andere in haar halfjaarlijkse Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten-rapport (EOV). De bouwsector profiteert en daarmee ook de zzp’ers die in de bouwsector werken.

Nederlandse economie groeit… en flexibiliseert

Onze economie is de ‘dubbele dip’ inmiddels ruim te boven en naar verwachting zal het bbp in 2017 ruim 7% hoger zijn dan het pre-crisisniveau. Nederland kan de komende jaren profiteren van een hoog consumentenvertrouwen, de opleving van de woningmarkt en van de bedrijvensector en een daling van de werkloosheidsvoet.

Onze economie stijgt dan wel weer uit naar boven het niveau van voor de kredietcrisis, maar ziet er nu wel heel anders uit. Een belangrijk verschil is de forse stijging van het aantal flexwerkers. Cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek tonen aan dat het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie of een baan als zelfstandige in de periode van 2007 tot 2016 met ruim 750.000 is toegenomen. Het aantal werknemers met een vast contract daalde in diezelfde periode met meer dan 450.000. In 2016 zijn er wel weer meer mensen met een vaste baan bijgekomen, maar aangezien er in vergelijking nóg meer flexwerkers zijn bijgekomen, is de flexibilisering van de arbeidsmarkt zeker nog niet gestopt.

Krimp en groei van aantal zzp’ers

In 2016 is de groei van het aantal zzp’ers wel gestokt. Volgens het DNB kan dit te verklaren zijn omdat een deel van hen wellicht naar een vaste baan is doorgestroomd. Het is, aldus de DNB, nog te vroeg om te beoordelen in hoeverre het beleid (lees: de Wet DBA) hieraan bijgedragen heeft.

Er is echter geen sprake van een ‘generieke daling’ van het aantal zzp’ers, omdat dit sterk verschilt van sector tot sector. Zo zijn er steeds meer zzp’ers als bouwarbeiders en bedrijfskundige specialisten in 2016aan het werk gegaan. De vraag naar zzp’ers die als specialisten maatschappelijke hulpverlening, bestuurders voertuigen en medewerkers persoonlijke dienstverlening werken, steeg eveneens. De krimp van het aantal zzp’ers is vooral te zien onder auteurs en kunstenaars, in nijverheidsberoepen, bij tuinders, akkerbouwers en veetelers. Ook waren er in 2016 minder zelfstandige sportinstructeurs en vakspecialisten gezondheidszorg tewerkgesteld.

Steeds meer zzp’ers in de bouwsector

De bouwsector heeft van oudsher een sterke traditie om met zzp’ers te werken. De crisis heeft hard in de bouwsector huisgehouden, wat geleid heeft tot een grote groei van het aantal (onvrijwillige) zelfstandigen. Nu de economie weer aantrekt, stijgt ook in de bouwsector de werkgelegenheid. Werkgevers willen weer meer mensen in dienst nemen, maar het blijft voorlopig vooral bij tijdelijke werknemers en zzp’ers. In 2016 zijn er bijna 10.000 bouwarbeiders die als zzp’er werken, bijgekomen, blijkt uit het EOV-rapport.

Bouwbedrijven willen op zich wel meer mensen in vaste dienst nemen, maar vrezen ze de gevolgen van de Wet Werk en Zekerheid, zoals de langdurige loondoorbetaling bij ziekte en de hoge transitiepremies bij ontslag. Volgens Bouwend Nederland durft 59% van alle bouwbedrijven het niet meer aan om mensen een vast contract aan te bieden, zodat nu al gauw zo’n 10.000 bouwvakkers ‘onnodig’ in een flexbaan zitten.

Ontwikkeling van vast en flex in de bouwsector

Onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) toont aan dat werkgevers in de bouwsector idealiter werken met een vaste kern van 70% en een flexibele schil van 30%. Er is echter een groot verschil tussen grote en kleine bouwbedrijven. Grote bouwbedrijven en aannemers nemen haast geen uitvoerende werknemers aan, omdat ze voor de uitvoering van de werkzaamheden samenwerken met onderaannemers. Zij nemen wel nog vast personeel voor kantoorbanen aan. Bij kleine (onder)aannemers is het percentage vaste werknemers over het algemeen 25-30% terwijl voor de rest met flexibele arbeiders en zzp’ers gewerkt wordt.

De bouwsector verwacht dat als het werk blijft aantrekken, er vanzelf weer meer vaste banen zullen bijkomen. Ook kleinere bouwbedrijven willen inmiddels weer meer vast personeel aannemen, onder meer omdat ze verwachten dat ze met ‘eigen’ mensen, die zich meer betrokken voelen bij het bedrijf, toch meer kwaliteit kunnen leveren, en omdat ze liever investeren in de opleiding van mensen die vast bij hen in dienst zijn.

In het onderzoek ‘Vast en flex in vele vormen’ ging het Verwey-Jonker Instituut onder andere ook na waarom werkgevers in de bouwsector precies kiezen voor flexwerkers. De belangrijkste motivatie om met flexibel personeel te werken vormen de fluctuaties in de markt. Volgens de deelnemers aan het onderzoek speelt de overheid daar ook een grote rol in, door met grootschalige aanbestedingen steevast de meest goedkope inschrijving te kiezen. In de bouwsector worden flexwerkers daarnaast vaak verkozen omwille van hun specialistische kennis. Vakmensen zijn in de bouwsector immers steeds moeilijker te vinden.