Eén op drie arbeidskrachten is zzp’er of heeft flexibel dienstverband

Eén op drie arbeidskrachten is zzp’er of heeft flexibel dienstverband

zzp 10 % beroepsbevolking

Op basis van een analyse van cijfers van het CBS, concludeert De Nederlandsche Bank (DNB) dat er in 10 jaar tijd 10% meer zzp’ers en mensen met een flexibel dienstverband zijn bijgekomen. De stijging naar flex is vooral bij sportinstructeurs en bouwvakkers het grootst.

Verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt

Eind 2015 was 34 procent van de werkzame beroepsbevolking zzp’er of tewerkgesteld in een flexibel dienstverband (tijdelijk contract, uitzendkracht, payrolling…); in 2005 was dat nog 24 procent. De verdere flexibilisering gaat ten koste van het aantal mensen met een vast dienstverband; dit daalde van 72 procent in 2005 naar 62 procent in 2015.

Er zijn wel grote verschillen tussen de branches op te merken. Zo zijn er in 10 jaar tijd 23 procent minder sportinstructeurs met een vast contract. Sportinstructeurs met flexibele contracten of zzp’ers hebben hun plaats ingenomen. Ook in de bouwsector is de stijging van het aandeel mensen met flexibele contracten en zzp’ers opvallend. De top 5 wordt verder ingevuld door leidsters kinderdagopvang en onderwijsassistenten, winkeliers en hulpkrachten in de transport- en logistieke sector.

Het is overigens zeker niet zo dat in alle branches het aantal vaste dienstverbanden daalt of dat ze omgezet worden naar flexibele dienstverbanden. In niet minder dan 11 beroepen is niet alleen de ‘flexibele schil’ maar ook het aantal vaste arbeidsplaatsen gegroeid; alleen is de stijging van het aantal flexibele dienstverbanden groter. Bij de hulpkrachten in de landbouw is zelfs een compleet omgekeerd beeld te zien. Het aantal hulpkrachten met een flexibel contract nam hier met 14 procent af, ten voordele van het aantal zzp’ers, zelfstandigen met personeel en mensen met een vast contract. Seizoensarbeiders werden echter niet in de cijfers opgenomen.

Flexibilisering vooral aan de onderkant

Het onderzoek ging ook na in welke beroepsniveaus de flexibilisering vooral te merken is. Blijkt dat flexibilisering zich op alle beroepsniveaus voordoet, maar vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De verschuiving naar flex is het grootst op elementair beroepsniveau, d.w.z. mensen zonder diploma of met een diploma basisonderwijs.