Grote kloof tussen vast en flex

Grote kloof tussen vast en flex

flex of vast

Op basis van onderzoek door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) concludeert Bas ter Weel, directeur van SEO Economisch Onderzoek, in het AD dat de Nederlandse arbeidsmarkt de meest flexibele is van Europa, vooral omdat onze vaste contracten ‘te vast’ zijn. De kloof tussen vast en flex is het grootst in Nederland vergeleken met andere Europese landen.

Flexibilisering door te grote bescherming van ‘vast’

OESO onderzoekers gingen na hoe ‘gemakkelijk’ het is om een vaste kracht te laten gaan. Ze namen daarbij 5 indicatoren in beschouwing: procedurele belemmeringen, opzegtermijn, ontslagvergoeding, bescherming en collectief ontslag. Uit hun onderzoek blijkt dat vaste contracten in Nederland zeer goed beschermd worden; flexibele contracten een flink stuk minder. Het verschil in bescherming is in Nederland 1,8 op een schaal van 6. In onze buurlanden Duitsland (1,1) en België (0,6) is dat verschil een stuk minder groot.

Werkgevers zijn zeer voorzichtig geworden om medewerkers vast in dienst te nemen. Eens in dienst, zijn ze moeilijk te ontslaan. Wanneer toch mensen vast in dienst genomen worden, zijn dat meestal mensen die voldoen aan het ideaal. Vaak zijn dat hoogopgeleiden. Volgens Ter Weel is een ‘vlucht naar flex’ dan ook logisch. Omdat vast in Nederland ‘extreem vast’ is, zijn een veelheid aan flexibele contractvormen ontstaan: nulurencontracten, uitzendkrachten, payrollconstructies, zzp’ers,… Flex neemt in ons land nog steeds verder toe; een flink verschil met andere Europese landen.

Behoefte aan betere bescherming van flex

De bescherming van flex kan in Nederland veel beter. Terwijl mensen met een vast contract goed beschermd zijn bij ziekte of ontslag, zijn flexwerkers veelal zelf verantwoordelijk om zich tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid te beschermen. Zelfs met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid, waarbij de bescherming van flex iets verhoogd is, is er wezenlijk niet veel veranderd om de kloof tussen vast en flex te dichten.

Volgens Ter Weel kunnen eenvormige contracten, zoals in Denemarken, een mogelijke oplossing zijn. Het verschil tussen vast en flex is daar veel minder aan de orde. Wie in Denemarken werkt, geniet een relatief hoge bescherming maar niet zo zeer op het vlak van baanzekerheid als wel op het vlak van werkzekerheid. Wie z’n baan verliest, kan profiteren van een goed vangnet, een relatief hoge uitkering om inkomensverlies op te vangen en begeleiding door de (ex) werkgever naar een nieuwe baan. Is er geen werk te vinden, dan moet men zich laten omscholen.