NBBU: Belang flexwerk niet onderschatten

NBBU: Belang flexwerk niet onderschatten

flexwerk outsourcing

De laatste maanden staat flexwerk ter discussie. Kritiek is er vooral vanwege de vakbonden, die flexwerkers liever zoveel mogelijk in een vast dienstverband zouden zien. Om een ander, goed onderbouwd geluid te laten horen, liet de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) onderzoeken welke waarde flexwerk heeft voor bedrijven en voor de flexwerkers zelf.

Flexibilisering arbeidsmarkt

Cijfers van het CBS tonen aan dat de zogeheten ‘flexibele schil’ in tien jaar tijd met zo’n 10% is toegenomen. Het aandeel van tijdelijke contracten, uitzendkrachten, payrolling en zzp’ers in de totale beroepsbevolking is van 24% in 2005 gestegen naar 34% in 2015. Flexibilisering vindt niet in alle beroepssectoren in dezelfde mate plaats. Vooral sportinstructeurs, bouwarbeiders, kinderdagopvangleidsters en onderwijsassistenten, winkeliers en hulpkrachten in de transport- en logistieke sector werken steeds vaker op flexibele basis.

Uit de kritische geluiden van vakbonden en politiek, zou je denken dat flexwerkers in de regel ontevreden zijn in hun werk en zich onzeker voelen voor de toekomst. Bijna een kwart van de uitzendkrachten (24%), die NBBU liet bevragen, geeft inderdaad de voorkeur aan een vast dienstverband boven een flexcontract. Maar de overgrote meerderheid van flexwerkers is wél tevreden met het werk: niet minder dan 83% van de uitzendkrachten zegt tevreden te zijn met het uitzendwerk. De uitzendbranche krijgt een 7 als rapportcijfer en 65% van de bevraagde uitzendkrachten zou uitzendwerk aanbevelen bij vrienden en familie. Flexwerk blijkt voldoening te geven: door te werken, spelen flexwerkers een rol op de arbeidsmarkt. Ze krijgen de kans om in te stromen en ervaring op te doen

Het belang van flexwerk

Flexwerk is ook van groot belang voor onze arbeidsmarkt. Flexwerkers houden bedrijven flexibel, innovatief en krachtig. Uit een enquête van de NBBU onder 241 leden van werkgeversorganisatie AWVN blijkt dat 85% van de bedrijven gebruik maakt van intermediairs zoals uitzendbureaus en detacheringsbureaus, of werk volledig uitbesteden. Bijna de helft (43%) schakelt bovendien regelmatig tot vaak een zzp’er in.
Bedrijven kiezen ervoor om uitzendkrachten in te schakelen bij fluctuaties of onzekerheid over toekomstige arbeidsvolumes in met name productie-, logistiek of administratief werk. Zzp’ers en gedetacheerden worden vooral ingehuurd om benodigde specialistische kennis te leveren of om ondersteunende taken te verrichten op het vlak van ICT, HR, management en marketing.

Als ze geen externe flexwerkers meer zouden kunnen inzetten, dan vreest 76% van de bedrijven dat de werkdruk flink zou stijgen. Een stijging van de kosten (43%) en van het ziekteverzuim (33%), een daling van de kwaliteit (24%) en van de innovatieve kracht (19%) zijn andere neveneffecten, waarvoor bedrijven vrezen als de inzet van flexwerkers bemoeilijkt zou worden. Bijna 1 op de 5 bedrijven (18%) overweegt in die situatie dan ook om bedrijfsactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen. De huidige wet- en regelgeving (onder andere ook de huidige Wet DBA) wordt genoemd als grootste belemmering om van flexwerk gebruik te maken.