Uitzendmonitor 2016: bijdrage van uitzend aan de arbeidsmarkt

Uitzendmonitor 2016: bijdrage van uitzend aan de arbeidsmarkt

Van uitzend naar werk

Uitzend is één van de grootste tewerkstellingsgebieden in Nederland. In 2015 waren er niet minder dan 770.136 uitzendkrachten aan het werk. Dat het daarbij zeker niet alleen om ‘kleine baantjes’ gaat, bewijzen de resultaten in de Uitzendmonitor 2016 van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Uitzend blijkt voor veel uitzendkrachten een belangrijke opstap naar duurzaam werk. Voor bedrijven betekent uitzend een voorname leverancier van flexibiliteit.

Minder werkloosheid dankzij uitzend

Uitzendkrachten worden vooral door bedrijven ingezet om pieken op te vangen. Dat is ook in de economische crisis door blijven gaan, wat aangeeft dat bedrijven altijd de behoefte houden aan flexibiliteit. Wat opvalt is dat kleinere MKB-bedrijven (1 tot 49 medewerkers) steeds meer hun toevlucht tot uitzend nemen (van 30% in 2007 naar 37% in 2015), terwijl de grote bedrijven (meer dan 100 medewerkers in dienst) juist iets minder uitzendkrachten tewerkstellen (van 57% in 2007 naar 49% in 2015).Volgens de onderzoekers is een mogelijke verklaring hiervoor dat kleinere MKB-bedrijven juist meer behoefte hebben aan personeel, maar dat ze vanwege de hoge werkgeverslasten en risico’s minder snel geneigd zijn om voor vaste dienstcontracten kiezen.

Steeds meer uitzendkrachten werken bovendien langer dan een jaar binnen de uitzend. Deze tendens werd voor het eerst tijdens de economische crisis (2008 – 2009) ingezet en breidde zich in 2011 – 2012 verder uit. Uitzendwerk is voor veel mensen een ontsnapping aan werkloosheid, concluderen de onderzoekers. Dit beeld wordt ook door UWV bevestigd. Uit het recente rapport Basiscijfers Jeugd blijkt dat uitzend voor jongeren de grootste kans biedt om vanuit de WW aan werk te komen. Niet minder dan 1 op de 4 jongeren met een WW-uitkering vond via een uitzendbureau werk.
Ook het feit dat 13% van de uitzendkrachten in 2015 geschoold werd naar een dienstverband, helpt bij het perspectief op werk. Opleiding zorgt ervoor dat uitzendkrachten wendbaarder en gemakkelijker in te zetten zijn. De ABU stelt zich tot doel dat in 2020 20% van de uitzendkrachten scholing volgt. Let wel, het gaat dan om formele opleidingen; in het onderzoek wordt leren in de praktijk niet meegenomen, terwijl dit juist bij veel uitzendkrachten wel gebeurt.

Van uitzend naar (vast) werk

Uitzend gaat om kleine, kortdurende opdrachten? Dat is zeker niet zo. Uitzendkrachten werken wekelijks gemiddeld 30 uur, en ongeveer de helft werkt zelfs fulltime (meer dan 36 uur per week). Hoewel 23% van de uitzendbanen 1 tot 3 maanden duurt, neemt 21% al 7 tot 12 maanden in beslag en zijn vier op de tien uitzendkrachten zelfs langer dan een jaar werkzaam binnen de sector van de uitzend. Het aantal uitzendkrachten met een fase B-uitzendcontract (langer dan 78 weken werkzaam bij hetzelfde uitzendbureau) is dan ook gestegen van 7,6% in 2007 naar 13,3% in 2015. Met een fase B contract werken uitzendkrachten op basis van een detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ze hebben dan toch meer werkzekerheid en kunnen een langere en hechtere arbeidsrelatie opbouwen.

Door over verschillende jaren cijfers van het CBS te combineren met cijfers van de Polisadministratie van het UWV, blijkt verder dat uitzendwerk een grote kans geeft op nieuw werk. Gezien over de periode van 2007 tot 2015 vond 22,6% tijdelijk werk, 21,3% ander uitzendwerk en 16,3% een vaste dienstbetrekking na een uitzendperiode. Wie na uitzendwerk toch werkloos werd, vond snel weer een baan. Bijna 40% van hen vond binnen de maand een nieuwe baan. Meestal gaat het dan om een direct dienstverband, waarmee een tijdelijke of vaste baan bedoeld wordt. Iets minder dan een kwart vindt na meer dan 4 weken alsnog een baan; meestal een nieuwe uitzendbaan. Volgens de onderzoekers hebben uitzendkrachten een relatief snelle kans op werkhervatting omdat ze meer gewend zijn om regelmatig van baan te wisselen en ze daarmee rekening houden in hun zoektocht naar een nieuwe baan.

Voorts blijkt uitzend 30% van de mensen uit de WW duurzaam aan het werk te zetten. Maar liefst 70% van de WW’ers is 3 jaar later nog steeds aan het werk. De onderzoekers denken tevens dat uitzend een positieve bijdrage kan leveren aan van-werk-naar-werkbemiddeling. Door niet te wachten tot mensen daadwerkelijk ontslagen zijn, kan (langdurige) werkloosheid in veel gevallen voorkomen worden.

Sectoren waar veel uitzend voorkomt

De industriële sector stelt de meeste uitzendkrachten te werk. Tijdens de crisis liep het aandeel flink terug (van 25,4% in 2007 naar 16,9% in 2009), maar over de laatste jaren is het weer op een gelijkaardig niveau terechtgekomen (23,7% in 2015). In de bouw is het aantal uitzendkrachten het sterkst gestegen: van 6,6% in 2007 naar 11,2% in 2015). Door de crisis zijn hier veel banen verloren gegaan. Nu de sector weer aantrekt, kiezen veel bouwbedrijven om flexibele uitzendkrachten in dienst te nemen, omdat ze de stap naar vaste contracten nog niet aandurven. De top van de sectoren waarin uitzend een belangrijke rol speelt wordt verder aangevuld met ‘vervoer en opslag’ (11,7% in 2015) en ‘overige zakelijke dienstverlening (10,9% in 2015).